Geschiedenis van de chocolade
Chocolade (of: chocola) is een lekkernij, gemaakt van cacao die wordt gewonnen uit cacaobonen, de pit van de vrucht van de cacaoboom (Theobroma cacao). Deze naam is afkomstig uit het Grieks en betekent “Drank of spijs van de goden”.
Geschiedenis van de chocolade
In tegenstelling wat lange tijd is aangenomen, is het gebruik van de cacao boon 500 jaar ouder. Al omstreeks 1100 voor Christus maakten indianen uit het huidige Honduras een drankje op basis van cacaobonen. Amerikaanse wetenschappers vonden brokstukken van meer dan 3000 jaar oude kruiken, waaraan resten van cacao kleefden. Uiteraard leken de eerste cacao drankjes in niets op de huidige chocolade producten; heet geserveerd, bitter en zuur, “op smaak gebracht“ met meestal scherpe specerijen.
Meer dan 3000 jaar geleden bewoonden de Olmeken in het tropisch regenwoud, gelegen in midden Amerika. Algemeen wordt aangenomen dat zij de grondleggers van het gebruik van de cacaoboon en het kweken van de cacao boom waren. Deze Olmeken waren een van de oudste “beschavingen” in Midden en Zuid Amerika. Na de ondergang van de Olmeken cultuur, omstreeks 300 na Christus, vestigden de Maya’s zich in dit vochtige en warme gebied, ten zuiden van het huidige Mexico. Dit vochtige klimaat was ideaal voor het kweken van de cacaoboom. Op tekeningen en hiërogliefen uit deze periode staan regelmatig cacao peulen afgebeeld. Het is bekend dat de Maya’s een bittere cacao drank dronken die gebruikt werd voor heilige rituelen.
Na de ondergang van het Maya rijk, omstreeks 900 na Christus, werd het gebied bewoond door de Azteken. Ook de Azteekse beschaving steeg tot grote hoogte maar werd uiteindelijk vernietigd door de Europese veroveringsdrift. De Spanjaard Hernán Cortés veroverde het rijk met list, bedrog en veel geweld. De Azteken verbonden cacao met Xochiquetzal, de godin van de vruchtbaarheid. Zij dronken een chocoladedrank, die ze xocolatl noemden, vaak op smaak gebracht met vanille, chilipeper en piment. De drank zou vermoeidheid tegengaan en de lust opwekken. De drank werd onder andere gebruikt aan het hof van keizer Montezuma. Niet alleen als een drank voor de religieuze doeleinden en voor de rijken, maar de cacao boon werd ook door de Azteken gebruikt als betaalmiddel. Het was een product dat status verleende aan de eigenaar.
Cortés, als Spaanse conquistador (veroveraar) op zoek naar veel goud, zag al gauw de economische waarde in van de cacaoboon. Hij begon met het aanleggen van plantages en het verschepen van de bonen naar Spanje. In 1585 werd chocolade voor het eerst op commerciële schaal van Veracruz naar Sevilla vervoerd. Chocolade werd toen alleen gedronken, waarbij de Europeanen er suiker aan toevoegden en de chilipeper weglieten. Hierna verspreide de populariteit van de cacao zich snel over Europa.. In de 17e eeuw was chocolade een luxeproduct dat vooral gebruikt werd door de adel.
Uiteraard waren de “Hollanders” van de VOC er als de kippen bij en plantten de cacaoboom in de toenmalige Indische koloniën. Zo verspreidde de cacaoboom zich over alle geschikte landen rond de evenaar; zowel in Amerika, Afrika als Azië.
In 1828 deed Coenraad J. van Houten een belangrijke uitvinding waarmee op eenvoudige wijze het vet van de cacaomassa kon worden gescheiden. Deze techniek kreeg wereldwijd navolging. Eind 18e eeuw begon chocolade in prijs te dalen, zodat het een echte volksdrank kon worden. De eerste eetbare chocolade zou in 1847 zijn gemaakt door de Britse Quaker Joseph Fry.